Je site laadt keurig snel. Maar wie op het menu tikt, wacht een halve seconde voordat het openklapt. Hetzelfde bij “toevoegen aan winkelwagen”: tik… niks… tik-tik-tik — en dan staat het product er ineens drie keer in. Herkenbaar? Dan heeft jouw site een INP-probleem.
INP is de jongste van Google’s Core Web Vitals en meet iets waar lange tijd niemand naar keek: niet hoe snel je site laadt, maar hoe snel hij reageert. En dat blijkt voor de ervaring van bezoekers minstens zo belangrijk.
Wat is INP precies?
INP staat voor Interaction to Next Paint: de tijd tussen een klik, tik of toetsaanslag en het moment dat je op het scherm ziet dat er iets gebeurt. Sinds maart 2024 is het een officiële Core Web Vital; het verving toen de oude meting FID, die alleen naar de allereerste interactie keek en daardoor veel te rooskleurig was.
De normen:
- Goed: 200 milliseconden of sneller
- Matig: 200 tot 500 milliseconden
- Slecht: langzamer dan 500 milliseconden
Belangrijk: INP wordt gemeten bij échte bezoekers, over al hun klikken tijdens het hele bezoek — en de trage interacties bepalen je score. Eén stroperige knop op je afrekenpagina kan de cijfers van je hele site omlaag trekken.
Waarom snel laden en traag reageren prima samengaan
Laden en reageren zijn twee verschillende dingen. Het laden hangt af van je server, je afbeeldingen en je cache. Het reageren gebeurt daarna, op het apparaat van de bezoeker: alle JavaScript die je site heeft meegestuurd, moet daar worden uitgevoerd. Hoe meer scripts, hoe drukker de telefoon het heeft — en hoe langer een tik in de wachtrij staat.
Daarom helpt je cache-plugin hier niets: die versnelt de bezorging van de pagina, niet de verwerking ervan. En daarom merk jij er op je snelle laptop weinig van, terwijl de klant met een budget-telefoon van vier jaar oud zit te wachten tot je menu reageert.
De gebruikelijke verdachten
- Te veel plugins. Elke plugin mag JavaScript meesturen, en veel doen dat op élke pagina — ook waar hun functie helemaal niet gebruikt wordt.
- Chatwidgets. Zo’n klein pratend hoekje laadt vaak een complete applicatie in je pagina. Beruchte INP-slopers.
- Sliders en carrousels. Zwaar script, en de bezoeker kijkt toch alleen naar dia één.
- Embeds. Een YouTube-video, Google Maps-kaartje of social-feed sleept telkens hele pakketten code van derden mee.
- Pagebuilder-animaties en zware cookiebanners. Elk fade-in-effect en elke tracking-koppeling kost verwerkingskracht op precies het verkeerde moment.
Zo meet je het
Test je pagina op pagespeed.web.dev en kijk in het bovenste blok, de velddata, naar de regel “Interaction to Next Paint”. (Waarom je naar velddata kijkt en niet naar het cijfer eronder, lees je in zo lees je een PageSpeed Insights-rapport.) Heeft je site Google Search Console, kijk dan in het rapport “Core Web Vitals”: daar zie je welke groepen pagina’s slecht scoren.
En de goedkoopste test: pak een oudere, goedkope Android-telefoon en klik een minuut door je eigen site. Voelt het stroperig? Dan is het stroperig.
Vijf fixes zonder één regel code
- Saneer je plugins. Loop de lijst langs en wees streng: alles wat je niet aantoonbaar gebruikt gaat uit én weg. Dit is bijna altijd de grootste winst.
- Vervang de chatwidget. Een simpele WhatsApp-link of knop doet voor de meeste mkb-sites hetzelfde werk zonder de complete chat-applicatie mee te slepen. Wil je de widget per se houden, kies er dan één die pas laadt nádat iemand erop klikt.
- Slider eruit, één sterke afbeelding erin. Scheelt script, laadt sneller, en je boodschap staat er meteen — bezoekers wachten toch nooit op dia drie.
- Laat embeds pas na een klik laden. Er zijn plugins die YouTube-video’s als stilstaand voorbeeldplaatje tonen en de echte speler pas laden bij een klik (“lazy load” of “facade”). Hetzelfde kan met kaarten: een statische afbeelding met een link naar Google Maps.
- Zet de franje uit. Animaties, parallax-effecten en fade-ins van je pagebuilder: allemaal script. Minder is sneller — en rustiger voor het oog.
Nog even over verwachtingen: velddata beslaat de afgelopen 28 dagen. Het effect van je opruimactie voel je dus meteen onder je duim, maar zie je pas na een paar weken volledig terug in de cijfers. Niet ongeduldig worden.
Samengevat
- INP meet hoe snel je site reageert op klikken; goed = binnen 200 ms.
- Het is sinds maart 2024 een Core Web Vital en telt dus mee voor Google.
- Boosdoeners: te veel plugins, chatwidgets, sliders, embeds en animaties — caching helpt hier niet.
- Meet via de velddata in PageSpeed Insights of het Core Web Vitals-rapport in Search Console.
- Grootste winst zonder code: opruimen wat je toch niet gebruikt.
Wanneer schakel je hulp in?
Blijft je INP boven de 500 milliseconden hangen terwijl je alle vijf de fixes hebt gedaan? Dan zit het probleem dieper — in je thema, je pagebuilder of een specifieke plugin die zich misdraagt. Dat opsporen is werk voor iemand met een profiler en ervaring; laat je webbouwer ernaar kijken en stuur het Search Console-rapport mee. Zo hoeft die niet te zoeken wáár het pijn doet, alleen waaróm.
